Overmacht bij letselschade
Door Grytsje van den Bergs, Ottenschot Letselschade
In het recht kan zich een situatie voordoen waarin een handeling, hoewel op zichzelf onrechtmatig, door de omstandigheden toch te rechtvaardigen is. Een belangrijke rechtvaardigingsgrond in het civiele recht is overmacht. Dit kan ertoe leiden dat iemand toch niet aansprakelijk is voor de schade, die door zijn handelen is ontstaan. Maar wanneer slaagt een beroep op overmacht?
In het recht kan zich een situatie voordoen waarin een handeling, hoewel op zichzelf onrechtmatig, door de omstandigheden toch te rechtvaardigen is. Een belangrijke rechtvaardigingsgrond in het civiele recht is overmacht. Dit kan ertoe leiden dat iemand toch niet aansprakelijk is voor de schade, die door zijn handelen is ontstaan. Maar wanneer slaagt een beroep op overmacht?
Wat is overmacht?
Van overmacht is sprake bij een situatie waarin iemand een fout of tekortkoming begaat die hem niet kan worden toegerekend. Anders handelen was, gelet op de omstandigheden, redelijkerwijs onmogelijk. De overtreder kan dus geen verwijt worden gemaakt. Overmacht is daarmee een rechtvaardigingsgrond die de onrechtmatigheid van het handelen opheft. Dit betekent dat er geen aansprakelijkheid meer bestaat en dus geen schadevergoeding hoeft te worden betaald.
Overmacht in het verkeer
Een van de meest besproken vormen van overmacht is bij verkeersongevallen en met name wanneer een automobilist in aanrijding komt met een fietser of voetganger. In artikel 185 van de Wegenverkeerswet is de bescherming van fietsers en voetgangers opgenomen. Op basis van dit artikel is de bestuurder van een gemotoriseerd voertuig vrijwel altijd aansprakelijk voor (een deel) van de schade van de fietser of voetganger. Tenzij er sprake is van overmacht.
Van overmacht is echter alleen sprake als:
- de bestuurder geen enkele relevante verkeersfout heeft gemaakt, én
- het gedrag van de ongemotoriseerde verkeersdeelnemer zo onwaarschijnlijk was dat de bestuurder daar redelijkerwijs geen rekening mee hoefde te houden.
In de praktijk is het aantonen van overmacht buitengewoon moeilijk. Een automobilist moet rekening houden met fouten van andere verkeersdeelnemers. Zelfs een voetganger die door rood loopt of een fietser die zonder licht rijdt, heeft meestal nog recht op een (gedeeltelijke) schadevergoeding. Een beroep op overmacht in het verkeer slaagt dan ook slechts in uitzonderlijke situaties.
Rechtspraak
De wet legt niet precies uit wanneer een beroep op overmacht geldt. Rechters hebben dit in de loop van de tijd verder uitgewerkt in de rechtspraak. Een belangrijk uitgangspunt is dat je geen beroep op overmacht kunt doen als de wetgever bij het maken van de regel al rekening heeft gehouden met de situatie.
Succesvol beroep op overmacht
In een zaak bij de Rechtbank Overijssel (2017) stak een scholier plotseling over tussen twee bussen en werd aangereden door een automobilist. De bestuurder reed slechts 25 km/u, hield rekening met de bussen en kon het kind onmogelijk zien. De rechter oordeelde dat het gedrag van de scholier zó onwaarschijnlijk was dat de bestuurder daar geen rekening mee hoefde te houden. Het beroep op overmacht slaagde.
In een meer recente uitspraak (Rechtbank Amsterdam, 2025) werd er een succesvol beroep op overmacht gedaan door een automobilist. De automobilist reed door het groene verkeerslicht en maakte daarbij geen verkeersfouten. De bestuurder van de fatbike (die niet was opgevoerd en zodoende werd aangemerkt als elektrische fiets en dus onder de bescherming viel van artikel 185 WVW) reed met circa 25 km/u door het rode verkeerslicht. Hij raakte daarbij de auto aan de rechterachterzijde. De rechter oordeelde dat de automobilist rechtens geen enkel verwijt kon worden gemaakt, omdat het door rood rijden een ernstige verkeersfout is, die volledig aan de fatbike is toe te rekenen en de automobilist geen verkeersfouten maakt en het ongeval niet had kunnen voorkomen.
Geen succes bij beroep op overmacht
In een andere zaak (Rechtbank Oost-Brabant, 2018) haalde een scooterrijder een fietser in die plotseling begon te slingeren. De scooter reed echter met 20 à 25 km/u, wat volgens de rechter te snel was om adequaat te kunnen reageren. Omdat de bestuurder niet zonder verwijt was, werd het beroep op overmacht afgewezen.
In een uitspraak uit 2022 (Rechtbank Rotterdam) stapte een pakketbezorger met één voet de rijbaan op om een pakket af te geven. Een elektrische auto passeerde de vrachtwagen stapvoets en reed met het rechtervoorwiel over zijn voet. De rechtbank oordeelde er geen sprake was van overmacht. Onder meer omdat de automobilist rekening had moeten houden met het laden/ lossen van de vrachtwagen, de aanwezigheid van de bestelbus waar iemand uit kon stappen, de mogelijkheid van een voetganger achter de vrachtwagen en het feit dat een elektrische auto nauwelijks hoorbaar is. Bovendien trok zij op vlak voor het ongeval.
In een meer recente uitspraak (Rechtbank Den Haag, 2024) reed een 14 jarige op een fatbike met defecte remmen vanuit een uitrit de Hoefkade in Den Haag op. De automobilist die op de Hoefkade reed, werd door de fatbike in de flank geraakt. De automobilist deed een beroep op overmacht. De rechtbank oordeelde dat er geen sprake was van overmacht in deze situatie, omdat er geen sprake was van opzet of roekeloosheid bij het kind en de automobilist rekening had moeten houden met fouten van minderjarige kinderen.
Bewijs en gevolgen
Degene die een beroep op overmacht doet, moet zijn standpunt onderbouwen met bewijs. Denk daarbij aan getuigenverklaringen, technische rapporten, verkeersgegevens, etc. Slaagt het beroep, dan heeft dat grote gevolgen:
- De schuldenaar hoeft zijn verplichting niet na te komen.
- De benadeelde partij heeft geen recht op schadevergoeding.
Conclusie
Een beroep op overmacht is een krachtig maar zelden succesvol verweer. De drempel ligt hoog, vooral in het verkeer. Alleen wanneer iemand volledig zonder verwijt is en het schadeveroorzakende gedrag van een ander volkomen onvoorzienbaar was, kan overmacht worden aangenomen.
Voor slachtoffers betekent dit dat het standpunt van een verzekeraar over overmacht kritisch moet worden beoordeeld. In veel gevallen blijkt dat er toch (gedeeltelijke) aansprakelijkheid bestaat en dus recht op een letselschadevergoeding.