Gepubliceerd op donderdag 05 juli 2018

Eindelijk smartengeld voor nabestaanden

door mr. Ellis Verhoeven


Op 10 april jl. heeft de Eerste Kamer het voor nabestaanden en naasten van slachtoffers van letselschade mogelijk gemaakt om smartengeld te vorderen. De wet die de vergoeding van affectieschade regelt gaat in per 1 januari 2019. Daarmee geeft de wetgever eindelijk gevolg aan de in de branche alom erkende behoefte van naasten en nabestaanden op erkenning van hun emotionele schade.

Al vanaf de invoering van het nieuwe Burgerlijk Wetboek in 1992, wordt gesproken over de mogelijkheid om vergoeding van affectieschade mogelijk te maken. In 2003 werd daartoe een eerste voorstel ingediend bij de Tweede Kamer. Hoewel het voorstel in de Tweede Kamer werd aangenomen, waren er in de Eerste Kamer twijfels over de behoefte aan een dergelijke regeling. Op basis van een wetenschappelijk onderzoek door Prof. mr. A.J. Akkermans c.s., in opdracht van het Ministerie van Justitie, werd die behoefte onomstotelijk vastgesteld. Desondanks kwam dit wetsvoorstel op 23 maart 2010 niet door de Eerste Kamer. De angst voor een claimcultuur en het commercialiseren van verdriet lag hieraan ten grondslag.

Zowel van de kant van verzekeraars als van de kant van belangenbehartigers was er onbegrip over deze beslissing. Er is vervolgens hard gewerkt aan een wetsvoorstel dat tegemoet zou komen aan de bezwaren van de volksvertegenwoordigers, maar dat uiteindelijk niet veel verschilt van het oude voorstel.

Er is een vaste kring van gerechtigden die aanspraak kan maken op een vergoeding, waarbij het niet van belang is of er ook daadwerkelijk een affectieve relatie bestaat met het slachtoffer. De kring van gerechtigden is uitgebreid ten opzichte van die van het oude wetsvoorstel. De wet kent ook een hardheidsclausule, zodat voor naasten die een nauwe persoonlijke relatie hebben met het slachtoffer maar niet onder de regeling vallen, een uitzondering kan worden gemaakt.

De bedragen die uitgekeerd kunnen worden liggen tussen de € 12.500,- en € 20.000,-. De hoogte van de vergoeding is afhankelijk van de aard van de relatie, de vraag of sprake is van letsel of overlijden en of er sprake is van een misdrijf. Dit laatste hangt samen met de omstandigheid dat bij een misdrijf het rechtsgevoel van de naaste of nabestaande ernstiger is geschokt.

Het is goed dat met het aannemen van de wet eindelijk wordt voorzien in de erkenning van het leed van naasten en nabestaanden. Vooropgesteld moet worden dat een financiële vergoeding, ter hoogte van welk bedrag dan ook, nooit een daadwerkelijke compensatie kan zijn van het leed dat het ernstig letsel of het verlies van een dierbare met zich meebrengt. Dit is niet anders bij de vergoeding van smartengeld aan een slachtoffer zelf. Zoals uit het onderzoek van Akkermans volgt en zoals wij als professionals bijna dagelijks merken, biedt een vergoeding voor immateriële schade echter wel erkenning voor het aangedane leed. Dat die erkenning er tot op heden niet was, maakt het voor naasten en nabestaanden juist moeilijker om hetgeen hun is overkomen te verwerken. In vrijwel alle Europese landen bestaat het recht op vergoeding van affectieschade al veel langer. Nederland liep hiermee dan ook danig uit de pas.

Als personenschade expert wordt je helaas regelmatig geconfronteerd met een situatie waarin niet alleen het slachtoffer zelf, maar ook zijn of haar naasten het slachtoffer zijn van een ongeval, medische fout of bedrijfsongeval dat hun dierbare is overkomen. Het is aan ouders van een kind dat is overleden door een verkeersongeval waar iemand voor aansprakelijk is, niet uit te leggen dat de schadevergoeding waar men aanspraak op kan maken, in veel gevallen niet hoger is dan de kosten van de uitvaart. Met ingang van 1 januari 2019 verandert dat. Het werd hoog tijd.

Geschreven door