Gepubliceerd op donderdag 13 oktober 2016

Verzekeraars schakelen vaker detectives in bij letselschade

door mr. Sander de Groot

 

Recent was in het nieuws dat verzekeraars in steeds meer gevallen detectivebureaus inschakelen om te onderzoeken of er sprake is van fraude van de zijde van het slachtoffer. De detectives doen navraag in de omgeving, en soms wordt er geschaduwd of stiekem gefilmd. Het inschakelen van een detective is een inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van het slachtoffer. Een verzekeraar zou dus altijd goed moeten afwegen of een dergelijk onderzoek gerechtvaardigd is.

ls_nb_okt16-img4

Gedragscode Persoonlijk Onderzoek

Daarom is door verzekeraars de Gedragscode Persoonlijk Onderzoek (GPO) in het leven geroepen. Dit betreft een vorm van zelfregulering. In deze code staat beschreven aan welke eisen zo’n onderzoek moet voldoen, en wanneer het mag worden ingesteld. Uit de code blijkt dat als het feitenonderzoek onvoldoende uitsluitsel geeft om te beslissen over de uitkering, of als er een vermoeden is dat er sprake is van verzekeringsfraude, een dergelijk onderzoek kan worden ingesteld.

In de Gedragscode staat dat hierbij wel aan de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit moet worden voldaan. Dit betekent dat er inderdaad een zorgvuldige belangenafweging moet worden gemaakt. Er mag pas een detective worden ingezet als er geen andere manier is om achter de informatie te komen. Verder mag de behandelaar van de zaak niet alleen beslissen tot de inzet van dit middel. Hij moet dat doen in overleg met zijn leidinggevende of de afdeling Veiligheidszaken.

Tot slot dient een verzekeraar bij inschakeling van een detectivebureau na te gaan of het bureau een vergunning op grond van de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus heeft.

Gedragscode voor internetonderzoek?

In de Gedragscode Persoonlijk Onderzoek staat niets vermeld over onderzoek via internet. Hiervoor zijn geen specifieke gedragsregels. Dit betreft namelijk openbare informatie. Verzekeraars mogen dus via internet feitenonderzoek plegen. Internetonderzoek kan -afhankelijk van de intensiteit- worden gekwalificeerd als een Persoonlijk Onderzoek waarop de regels van de GPO ook van toepassing zijn. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn als een slachtoffer voortdurend online geobserveerd wordt door een digitaal recherchebureau, of wanneer een onderzoeker zich op social media onder valse naam voordoet als ‘vriend’ en op die manier toegang heeft tot privé-informatie.

Informatieplicht

Officieel moet een verzekeraar een slachtoffer na afloop van een onderzoek melden dat dit onderzoek heeft plaatsgevonden. De vraag is alleen of dit altijd gebeurt. Het vermoeden is dat een slachtoffer niets hoort wanneer op grond van het onderzoek geen fraude kan worden aangetoond.

Onrechtmatig handelen: schadevergoeding

Indien blijkt dat de verzekeraar onrechtmatig jegens benadeelde heeft gehandeld, dan bestaat er mogelijk recht op schadevergoeding. Indien de regels van de Gedragscode Persoonlijk Onderzoek zijn overtreden, is dat al snel het geval.

De schadevergoeding betreft meestal een vergoeding van de immateriële schade, aangezien artikel 6:106 BW niet alleen recht geeft op smartengeld vanwege opgelopen letsel, maar ook vanwege het schaden van de eer of goede naam en vanwege aantasting van de persoon op andere wijze.

Letselschade.com begrijpt dat verzekeraars fraude willen tegengaan, en af en toe Persoonlijke Onderzoeken laten verrichten bij een ernstig vermoeden van fraude. Wij willen daarbij wel waarschuwen dat niet te snel tot een dergelijk onderzoek moet worden overgegaan, bijvoorbeeld op basis van enkele foto’s die gevonden zijn op social media. Het gevaar bestaat dat door foutieve interpretatie van deze foto’s bij de verzekeraar een tunnelvisie ontstaat, en iemand ten onrechte als fraudeur wordt gezien. Een persoonlijk onderzoek door bijvoorbeeld een detective vormt een ernstige inbreuk op de privacy van het slachtoffer, en mag daarom niet te gemakkelijk worden ingezet.

Mede daarom meent Letselschade.com dat een verzekeraar achteraf transparant moet zijn, en altijd melding moet maken van het feit dat er een onderzoek is verricht, ook als er geen fraude is geconstateerd. Dan kan achteraf altijd getoetst worden of aan de regels van de Gedragscode Persoonlijk Onderzoek is voldaan. Dat zal er mede toe bijdragen dat een verzekeraar alleen een dergelijk onderzoek instelt als het echt gerechtvaardigd is.

Geschreven door