Gepubliceerd op dinsdag 18 juli 2017

Van Rijn: ‘Afkoop regresrecht Wmo niet in strijd met gedragscode letselschade’

Letselschadeslachtoffers zouden volgens Kamerlid Michiel van Nispen te maken hebben met meer bureaucratie en langere wachttijden door de afkoop van het regresrecht voor de Wet maatschappelijk ondersteuning (Wmo). Die onbedoelde gevolgen zouden volgens de SP-politicus in strijd zijn met het aansprakelijkheidsrecht en de Gedragscode Behandeling Letselschade (GBL). Staatssecretaris Martin van Rijn van VWS weerspreekt dat.

“Er zijn in de gedragscode geen regels over regres opgenomen”, antwoordt Van Rijn op Kamervragen van Van Nispen. Er kan volgens hem daarom geen sprake zijn van strijdigheid. Hij benadrukt bovendien dat de Gedragscode Behandeling Letselschade bindend is voor verzekeraars. Volgens de bewindsman blijkt uit onafhankelijke jaarlijkse toetsing dat verzekeraars de gedragscode nakomen. Van Rijn ziet dan ook geen reden om over het regresrecht in gesprek te gaan met letselschadeadvocaten en het Verbond van Verzekeraars.

‘Geen rol voor slachtoffer’

Van Nispen kaartte niet voor het eerst aan dat letselschadeslachtoffers in zijn ogen worden gedupeerd door het afgekochte regresrecht in de Wmo. Die afkoopsom regelt dat aansprakelijkheidsverzekeraars geen risico lopen dat gemeenten hoge kosten willen verhalen voor cliënten die door schuld van een derde partij gebruik moeten maken van gemeentelijke Wmo-voorzieningen. Sinds dit jaar mogen gemeenten wel een eigen bijdrage vragen aan de regrescliënt, net als bij reguliere Wmo-cliënten.

Volgens Van Nispen leidt dit afgekochte regresrecht tot meer bureaucratie en langere wachttijden voor slachtoffers met letselschade. Volgens de staatssecretaris zouden zij daar echter niets van moeten merken. “Regres speelt zich af in de verhouding tussen verzekeraar en regresnemer. De regresnemer is vrijwel altijd een instantie, vaak een overheidsinstantie. Het slachtoffer speelt geen rol in die verhouding. Het slachtoffer heeft derhalve ook geen last (of voordeel) van het collectief regelen van regres via een convenant.”

 

Bron: AMWeb.nl