Gepubliceerd op donderdag 07 september 2017

Letselschade en echtscheiding

door mr. Ellis Verhoeven

 

Voordat een eindregeling in een letselschadedossier kan worden getroffen, dient er sprake te zijn van een medische eindsituatie. In de periode tussen het ontstaan van het letsel en de eindregeling, komt het voor dat de relatie tussen de benadeelde en zijn of haar partner wordt beëindigd middels een echtscheiding. Hoe zit het in zo’n geval met de schadevergoeding die in verband met het opgelopen letsel aan de benadeelde wordt uitgekeerd? Valt die vergoeding binnen de boedel en moet die vergoeding worden verdeeld, of komt deze toe aan degene die het letsel heeft opgelopen? Met andere (juridische) woorden, is de vergoeding “verknocht” aan de benadeelde?

Voor de beantwoording van die vraag is de vaste jurisprudentie van de Hoge Raad bepalend. Zie hiervoor onder andere de uitspraak van de Hoge Raad van 3 november 2006, (ECLI:NL:HR:2006: AX7805) en van de Hoge Raad van 7 december 2012 (ECLI:NL:HR:2012:BY0957). Op grond van deze jurisprudentie staat vast dat voor verknochtheid van belang is dat de uitkering is afgestemd op de persoon van benadeelde. Daarvoor moet worden vastgesteld op welke specifieke schadeposten de vergoeding betrekking heeft. In het geval van blijvende lichamelijke beperkingen worden bijvoorbeeld belangrijke schadeposten gevormd door verlies van arbeidsvermogen en huishoudelijke hulp behoefte. Schadevergoeding die ziet op dergelijke schadeposten kan als verknocht worden aangemerkt en zou in het geval van een echtscheiding niet deels aan de partner moeten toekomen. Andere schadeposten vallen weer wel in de huwelijksgoederengemeenschap. Dat vermogen zou dus, tenzij hierover tussen de gewezen partners andere afspraken zijn gemaakt, zoals huwelijksvoorwaarden, bij echtscheiding verdeeld moeten worden.

Immateriële schadevergoeding wordt aangemerkt als verknocht aan de persoon van de benadeelde, zodat die schadevergoeding niet behoeft te worden verdeeld. Een immateriële schadevergoeding is immers naar haar aard bestemd om te dienen als compensatie voor leed – zoals pijn, verdriet en verminderde levensvreugde en is dus uitsluitend afgestemd op de aan de persoon van de benadeelde verbonden nadelige gevolgen.

In de uitspraak van de Hoge Raad van 26 september 2008 (ECLI:NL:HR:2008:BF2295,NJ2009/40) is uitgesproken dat het opnieuw beleggen van een vergoeding die vanwege verknochtheid buiten de boedel valt, niet betekent dat dat nieuw verkregen goed ook buiten de gemeenschap blijft. Het aanschaffen van een nieuwe caravan of de aanbouw aan een woning met geld van de aansprakelijkheidsverzekering kan dus betekenen dat de letselschadevergoeding via een omweg alsnog in de gemeenschap valt en bij echtscheiding dient te worden verdeeld. Of dat een goed verknocht is hangt af van de aard van dat goed. Bij een caravan of nieuwe auto zal dat niet snel worden aangenomen, maar bij een aanbouw met speciale voorzieningen weer wel.

Het Hof Amsterdam heeft op 11 april 2017 (ECLI:NL:GHAMS:2017:1259) uitspraak gedaan in een zaak waarin een van beide partners al voor het huwelijk een schadevergoeding had gekregen voor opgelopen letsel. In die zaak heeft het Hof aan de hand van de hoogte van de vergoeding en de feitelijke situatie bepaald of de destijds uitgekeerde vergoeding betrekking had op schadeposten die als verknocht dienden te worden aangemerkt. Dat was, afgezien van de immateriële schade, niet het geval.

Bij het regelen van een letselschade is het belangrijk om duidelijk te specificeren hoe de schadevergoeding is opgebouwd. Aan de hand van die specificatie kan worden vastgesteld of en in hoeverre de vergoeding bij een eventuele scheiding aan de benadeelde dient toe te komen.

Geschreven door