Gepubliceerd op woensdag 14 maart 2018

Dekker geeft antwoorden inzake wetsvoorstel affectieschade

Voor het wetsvoorstel affectieschade is de nadere memorie van antwoord namens de regering door minister Sander Dekker op 9 maart jl. beschikbaar gekomen en aan de leden van de Eerste Kamer gestuurd. Op dinsdag 13 maart wordt in de commissie Justitie en Veiligheid (J&V) de nadere procedure besproken.

 

Minister Sander Dekker van Rechtsbescherming heeft een nadere memorie van antwoord gegeven inzake de Wijziging van het Burgerlijk Wetboek, van het Wetboek van Strafvordering en van het Wetboek van Strafrecht. Het betreft wetswijziging om de vergoeding van affectieschade mogelijk te maken en het verhaal daarvan alsmede het verhaal van verplaatste schade door derden in het strafproces te bevorderen. “Slachtofferhulp Nederland, het Fonds Slachtofferhulp, de ANWB, de Vereniging van Letselschade Advocaten (LSA), De Letselschade Raad en het Schadefonds Geweldsmisdrijven spreken alle hun steun uit voor het onderhavige wetsvoorstel. De mensen werkzaam bij deze organisaties komen dagelijks in aanraking met slachtoffers van individuele ongevallen, misdrijven en rampen en hun naasten of nabestaanden. Zij menen dat het vergoeden van affectieschade voor naasten of nabestaanden helpt om hun leed te verzachten en een plaats te geven. Hun steun motiveert mij zeer bij de behandeling van dit wetsvoorstel in uw Kamer.
De voorgestelde regeling is afgebakend met het oog op een voortvarende afwikkeling van de vergoeding tot affectieschade: er bestaat uitsluitend een aanspraak op vergoeding in het geval van overlijden of ernstig en blijvend letsel van een gekwetste, de aanspraakgerechtigden worden in de wettelijke regeling genoemd”, aldus de minister.

Evaluatie na vijf jaar
Dekker antwoordt de VVD-fractie dat de wet 5 jaar na inwerkingtreding zal worden geëvalueerd. De minister zegt toe in de evaluatie de vaste omvang van de bedragen te betrekken en de wijze waarop slachtoffers daarmee recht wordt gedaan. De CDA vraagt naar de maatschappelijke behoefte van vergoeding van affectieschade. Dekker: “De vraag naar de behoefte van naasten aan de vergoeding van affectieschade is belangrijk. Die behoefte is immaterieel van aard: naasten putten erkenning en genoegdoening uit de vergoeding van affectieschade. Dit helpt hen bij de verwerking van hun verdriet” en ” In de landen om ons heen wordt deze behoefte wel alom erkend. De ‘Anerkennung ihres seelischen Leids’ heeft ook in Duitsland recentelijk (2017) geleid tot de aanvaarding van een wetsvoorstel dat voorziet in het recht op vergoeding van affectieschade van nabestaanden.” De minister legt de CDA-fractie uit waarom bij de vaststelling van ‘ernstig en blijvend letsel’ wordt uitgegaan van de AMA-richtlijnen en waarom niet met zorgcriteria als Wlz of Wmo 2015 wordt gekoppeld.

Eigen vordering van de naaste
De minister geeft aan dat de vergoeding van affectieschade een eigen vordering van de naaste is ten opzichte van de aansprakelijke partij. Enkele situaties: Het enkele feit dat echtgenoten voornemens zijn om te gaan scheiden, rechtvaardigt geen afwijzing van de vergoeding van affectieschade aan één van de echtgenoten. In uitzonderlijke gevallen zal de aansprakelijke partij echter kunnen stellen dat de vergoeding van affectieschade aan een aanstaande ex-echtgenoot onaanvaardbaar is, bijvoorbeeld als hem blijkt dat de echtgenoten al in geen jaren meer contact hebben met elkaar. In uitzonderlijke gevallen kan een nauwe persoonlijke relatie met de gekwetste ook rechtvaardigen dat een naaste recht heeft op de vergoeding van affectieschade op grond van de hardheidsclausule. Het is aan de naaste om deze nauwe persoonlijke betrekking aannemelijk te maken. Voor het aannemen van een nauwe persoonlijke betrekking is biologische verwantschap niet vereist. Biologische verwantschap kan bij de vraag of hiervan sprake is wel van belang zijn. Het is uiteindelijk aan de rechter om de bijzondere omstandigheden te wegen en te beslissen op de aanspraak op vergoeding van affectieschade. Een voorbeeld van een beroep op de hardheidsclausule is de situatie van twee broers die hun leven lang samenwonen en voor elkaar zorgen. Wordt één van hen het slachtoffer van een ongeval, dan kan de ander aanspraak maken op de vergoeding van affectieschade, omdat hun nauwe persoonlijke relatie dat rechtvaardigt.

Hoogte vaste bedragen
Uit onderzoek naar affectieschade wordt de conclusie getrokken dat € 10.000 door een meerderheid van de naasten destijds als niet ongepast werd ervaren. Gelet op het tijdsverloop sinds het voornoemde onderzoek dat in 2008 plaatsvond, zijn de bedragen over de gehele linie in beperkte mate verhoogd. In de bedragen is voorts enige differentiatie aangebracht. Ze variëren tussen € 12.500 en € 20.000. Hoewel het leed waar het hier om gaat zich niet in geld laat uitdrukken, reflecteert de omvang van de vergoeding zo de aard van het leed. Er zal voor wat betreft deze bedragen geen uitzonderingssituatie gelden voor ziekenhuizen of andere medische instellingen.

Doorwerking eigen schuld
De mate van eigen schuld van de gekwetste werkt door in de omvang van de vergoeding van affectieschade. In het geval dat de mate van eigen schuld de omvang van de schadevergoeding aan de gekwetste vermindert, met bijvoorbeeld 30%, wordt de omvang van de vergoeding van affectieschade in dezelfde mate beperkt.

Bovenstaande is een samenvatting van de memorie; de volledige tekst leest u hier.

Hier leest u het nader voorlopig verslag van de vaste commissie J&V van 16 november 2017.

Jan Schrijver; bron gegevens Eerste Kamer, vergaderjaar 2017–2018, 34 257, E; bron foto Rijksoverheid